Sinds 1 januari 2005 dienen alle zeeschepen groter dan 300 ton uitgerust te zijn
met AIS (Automatic Identification System).
Dit transpondersysteem wordt wereldwijd gebruikt en werkt op de marifoonkanalen
87 en 88 (161.975 MHz resp. 162.025 MHz).
Een uitgebreidere uitleg over dit systeem is
te
vinden op de website van de
U.S.
Coast Guard. (Engelstalig)
Kort samengevat komt het systeem op het volgende neer:
Een AIS-zender met een output van ca. 12,5 Watt op een schip zendt met
regelmatige tussenpozen de positie, koers, snelheid en MMSI (het unieke
maritieme registratienummer) uit.
Deze informatie wordt uitgezonden met een snelheid van 9600 Baud en zal door
schepen in de nabijheid worden ontvangen.
De gegevens kunnen dan automatisch worden geplot op een beeldscherm of een
radarscherm.
De informatie dient elke 2 - 10 seconden te worden uitgezonden als het schip
vaart en elke 3 minuten wanneer het schip voor anker ligt.
Deze informatie bevat o.a. de volgende gegevens:
- MMSI-nummer
- Navigatiestatus, bijvoorbeeld geankerd, onderweg
- Draaisnelheid, 0 tot 720 graden per minuut
- Positie
- Grondsnelheid, van 0 to 102 knopen met een nauwkeurigheid van 0,1 knoop
- Koers
- Het tijdstip (in UTC, op de seconde nauwkeurig) waarop de uitgezonden
informatie is bepaald
Daarnaast dienen iedere 6 minuten onder meer de volgende gegevens te worden
uitgezonden:
- MMSI-nummer
- Roepletters van het schip
- Naam van het schip
- Type schip of lading, volgens een vastgestelde lijst
- Afmetingen van het schip, afgerond op hele meters
- Diepgang, 0.1 tot 25.5 meter
- Bestemming (niet verplicht, de kapitein beslist daarover)
- Geschatte aankomsttijd (ETA) in UTC op de bestemming (niet verplicht, de
kapitein beslist daarover)
Om AIS te kunnen ontvangen en decoderen is het volgende nodig:
- Een ontvanger (bijv. een scanner) met een discriminatoruitgang
- Een PC met geluidskaart
- Een audiokabel tussen de scanner en de PC
- Het programma
ShipPlotter