AIS (Automatic Identification System)
Hoe werkt het systeem?
Stel je het volgende eens voor.
Je staat als officier van de wacht midden in een pikdonkere nacht met ook nog
eens slecht zicht op de brug.
Je vaart op dat moment op een drukbevaren route – bijv. het Engels kanaal – en
je ziet op het radarscherm een ander schip van koers veranderen. Zo te zien zal
het jouw koers kruisen.
Om een mogelijke aanvaring te voorkomen heb je maar één mogelijkheid: contact
proberen te zoeken met het desbetreffende schip.
Maar ja, op het radarscherm ziet hij wel dat stipje oplichten, maar verder weet
hij niets van dat schip; geen naam, geen roepletters.
Onze officier pakt daarom de microfoon van de marifoon en plaatst zo ongeveer
de volgende oproep:
En zo gaat de communicatie ook nog even verder met andere
schepen in de buurt, zonder dat onze officier er achter komt welk schip nou
eigenlijk zijn koers lijkt te kruisen.
Met klamme handen en kromme tenen houdt hij angstvallig het radarscherm in de
gaten om zonodig in te grijpen en de koers aan te passen, zodat een aanvaring
kan worden voorkomen.
Helaas was een voorval zoals hiervoor eerder regel dan uitzondering, vooral
in drukbevaren wateren. Ik zeg met opzet was, want gelukkig voor onze officier
is er tegenwoordig een systeem dat hem de gegevens laat zien van elk schip wat
in de buurt vaart.
Dat systeem is het Automatic Identification System, of kortweg AIS.
Wat is AIS ?
AIS is een transpondersysteem aan boord van een schip waarmee op een
gemeenschappelijk marifoonkanaal doorlopend de identiteit, koers, snelheid en
eventuele andere gegevens worden uitgezonden naar alle andere zich in de buurt
bevindende schepen en eventuele walstations.
Het concept is afgeleid van een ontwerp van de Zweed Håkan Lans, die in de jaren
tachtig een systeem ontwikkelde waarmee het mogelijk was om door een groot
aantal zenders datapakketjes te laten verzenden over één enkel smalband
radiokanaal.
Hij bereikte dat door een zeer nauwkeurige tijdstandaard toe te passen.
Ik kom daar straks nog op terug.
AIS is ontworpen om te worden toegepast in de volgende modes:
Gegevensuitwisseling tussen schepen onderling
De meest gebruikte mode zal zijn het onderling uitwisselen van gegevens
tussen schepen die zich binnen elkaars marifoonbereik bevinden.
Dankzij de unieke opzet van de communicatiemethode kan de informatie geheel
onafhankelijk van welk besturingssysteem dan ook worden uitgezonden.
Positie van het schip en andere gegevens worden automatisch vanuit andere
bronnen op het schip aan het AIS-systeem toegevoerd.
Met het AIS-systeem worden de gegevens gecodeerd en in een korte data-burst
uitgezonden op een vastgesteld marifoonkanaal.
Zodra andere schepen het signaal ontvangen, worden de gegevens gedecodeerd en op
een schermpje zichtbaar gemaakt. Dit kan zowel grafisch als in tekst.
Op deze manier heeft de officier van de wacht een overzicht van welke schepen
zich in de buurt bevinden, wat hun snelheid en koers is, etc.
Eventueel kunnen de AIS-gegevens worden gekoppeld aan andere navigatie en
radarsystemen aan boord. Daarmee wordt het bijv. mogelijk om de met AIS
ontvangen positie gegevens te synchroniseren met de radargegevens en op het
radarscherm niet alleen de positie van schepen in de buurt aan te geven, maar
daarbij ook bijvoorbeeld de scheepsnaam en roepletters.
Had onze officier van de wacht uit mijn inleiding dat systeem maar gehad. Het
zou hem aardig wat zweetdruppeltjes hebben bespaard.
Verder is het ook nog mogelijk alle AIS-gegevens op te slaan in de Voyage
Data Recorder (VDR) van het schip - een soort zwarte doos – zodat de gegevens
naderhand zonodig teruggelezen en geanalyseerd kunnen worden.
Om alle informatie actueel te houden, worden met regelmatige tijdsintervallen
bijgewerkte AIS-berichten geheel automatisch verzonden. Daar komt geen
mensenhand aan te pas.
Het systeem voorziet er zelfs in dat een loods zijn laptop kan aansluiten op
het AIS-systeem om op die manier met zijn eigen navigatiesoftware en dus geheel
onafhankelijk van de scheepsnavigatiesystemen de positie e.d. van schepen in de
buurt te kunnen zien.
Kustbewaking
Kuststaten mogen automatische AIS-stations opzetten om de scheepsbewegingen
in de kustwateren te monitoren.
Deze walstations kunnen niet alleen de door schepen uitgezonden AIS-informatie
opvangen, maar kunnen tevens via de AIS-frequenties gegevens opvragen zoals
identificatiegegevens, bestemming, verwachte aankomsttijd, ladinggegevens etc.
Walstations kunnen via AIS-eventueel ook aanvullende informatie naar de schepen
sturen, zoals bijv. getijde gegevens, berichten aan zeevarenden en locale
weersverwachtingen.
Om een groter gebied te beslaan kunnen wal- en relaisstations eventueel aan
elkaar gekoppeld worden.
Zoals al eerder opgemerkt, kunnen de AIS-gegevens automatisch worden
opgeslagen in een soort zwarte doos. Het spreekt vanzelf dat de autoriteiten van
kuststaten de bevoegdheid hebben om deze gegevens te analyseren bij onderzoeken
naar de oorzaak van ongevallen, oliemorsingen en andere incidenten.
AIS kan bovendien een nuttig stuk gereedschap zijn bij reddingsoperaties.
Met AIS kunnen diegenen die een dergelijke operatie coördineren immers op
eenvoudige wijze alle scheepsbewegingen zien en coördineren en hun inzet op
eenvoudige wijze afstemmen met helicopters en vliegtuigen die bij zo’n
reddingsoperatie zijn ingezet.
Vessel traffic systems (verkeersbegeleidingssysteem)
AIS kan een krachtige aanvulling zijn op de walstations van een
verkeersbegeleidingssysteem om – net als bij kuststations – niet alleen de
scheepsbewegingen in de haven en binnenwateren te controleren, maar ook om
berichten van de wal naar het schip te sturen.
Ook hier kan de via AIS ontvangen scheepsinformatie gekoppeld worden aan de
radar, zodat een heel compleet en duidelijk beeld ontstaat.
Minder goede radarreflecties en dus hier en daar wazige beelden op het
radarscherm kunnen op deze manier sterk verbeterd worden door de aanvullende
AIS-informatie.
AIS zou zelfs als alternatief voor radar ingezet kunnen worden in die
gebieden waar een walradarsysteem uit kostenoverwegingen niet rendabel is.
Een verkeersbegeleidingscentrum kan zelfs de toewijzing van de tijdsloten
aanpassen waarbinnen AIS-berichten worden verzonden en zo een optimale
uitwisseling van informatie mogelijk maken. Daarbij kan een
verkeersbegeleidingscentrum op afstand de frequentie waarop een schip uitzendt
zonodig wijzigigen.
Uiteraard moet het AIS-systeem aan boord van dat schip daartoe wel zijn
uitgerust.
AIS-communicatie schema
Het spreekt vanzelf dat de informatie die via AIS wordt uitgezonden
regelmatig moet worden vernieuwd. Immers, naarmate de tijd verstrijkt, raakt de
laatste informatie steeds minder actueel en verliest daarmee steeds meer zijn
functie.
Daarom zullen – afhankelijk van de omstandigheden – de vernieuwde gegevens om de
paar seconden tot hooguit enkele minuten worden uitgezonden.
Om die hoge verversingssnelheid te bereiken, gebruikt AIS een uniek "Self-organizing
Time-division Multiple Access" (STDMA) datacommunicatieschema, waarbij gebruik
wordt gemaakt van de exacte timing gegevens in de GPS-signalen, waarmee dan weer
de uitzendingen van de vele gebruikers op dezelfde smalband-frequentie wordt
gesynchroniseerd.
Zoals inmiddels duidelijk zal zijn, zend elk schip regelmatig zijn
AIS-berichten uit en ontvangt het ook dergelijke berichten van andere schepen
die zich binnen marifoonbereik bevinden.
Het gebied waarbinnen dergelijke AIS-berichten kunnen worden ontvangen noemen we
een cel; elk schip bevindt zich op deze manier exact in het midden van zijn
eigen communicatiecel.
De praktische afmetingen van zo’n cel is mede afhankelijk van de hoeveelheid
informatie die over dat AIS-kanaal wordt verzonden. Als het kanaal overbelast
dreigt te worden door het aantal berichten, wordt de omvang van de cel
automatisch verkleind door zwakkere signalen van verderaf gelegen schepen te
negeren, waardoor er weer ruimte ontstaat voor de sterkere signalen van schepen
die zich dichterbij bevinden.
Volgens het STDMA-protocol is elke minuut opgedeeld in 2.250 tijdsloten. Eén
AIS-bericht past dan in één of meerdere tijdsloten. Deze tijdsloten worden
automatisch gekozen op basis van de drukte in het radioverkeer en gegevens die
andere schepen hebben meegezonden.
Als een schip voor de eerste maal een cel binnenkomt van een ander schip, wordt
meteen een vrij tijdslot gereserveerd.
De AIS-stations die elkaar horen, synchroniseren doorlopend onderling het
gebruik van de tijdsloten.
De tijdsloten en de tijdsintervallen worden willekeurig gekozen. Als een
station van tijdslot en tijdsinterval wisselt wordt dat aan alle andere stations
doorgegeven.
Elk AIS-station houdt op deze manier zijn interne tijdslotregister actueel.
In het systeem zijn speciale voorzieningen getroffen om ervoor te zorgen dat
schepen altijd een vrij tijdslot kiezen.
Wanneer er sprake is van veel schepen en dus veel informatie-uitwisseling, kan
het nodig zijn om het aantal schepen binnen een cel te beperken. Dat wordt
gedaan door tijdsloten van veraf gelegen en dus zwakkere stations, toe te wijzen
aan stations in de directe omgeving.
In het AIS-systeem zijn daarvoor strikte regels geïmplementeerd.
De sleutel van het STDMA-schema ligt in de beschikbaarheid van een
tijdreferentie met een zeer hoge accuratesse, op grond waarvan alle stations hun
tijdslottoewijzingen kunnen synchroniseren en waarmee dus overlappingen kunnen
worden voorkomen.
Deze referentietijd wordt afgenomen van het exacte tijdsignaal dat
GPS-satellieten uitzenden. GPS zorgt dus niet alleen voor de positiegegevens van
het schip, maar ook voor een universele tijdreferentie en speelt daarmee een
cruciale rol binnen AIS.
De AIS-datauitzendingen vinden plaats met een snelheid van 9.600 bits per
seconde in FM/GMSK (Gaussian Minimum Shift Keying) modulatie, zoals die is
beschreven in de ITU aanbeveling M.1371.1. De ITU heeft bovendien 2 vaste
frequenties toegewezen voor AIS; dat zijn 161.975 MHZ (marifoonkanaal 87B) en
162.025 MHz (marifoonkanaal 88B).
In sommige werelddelen, zoals bijv. de Verenigde Staten, waar deze frequenties
niet beschikbaar zijn voor AIS, mogen eventueel andere frequenties worden
gebruikt.
Een AIS-installatie aan boord van een schip heeft 2 onafhankelijk van elkaar
werkende marifoonontvangers, die normaal gesproken zijn afgestemd op beide
AIS-frequenties. Daarnaast is er 1 zender, die afwisselend uitzendt op de ene
dan wel de andere AIS-frequentie met een vermogen van 12,5 Watt.
Het bereik is – zoals ook bij andere VHF-toepassingen – voor een groot deel
afhankelijk van de hoogte van de antenne. Doordat het systeem op een lagere
frequentie werkt dan de radar, is de propagatie ook iets beter, waardoor het ook
mogelijk is om bij niet al te grote hoogten “om een hoekje” te kijken of achter
eilanden.
In het algemeen kan worden uitgegaan van een gemiddeld bereik van zo’n 20
zeemijlen.
Het scheepssysteem kan eventueel ook nog overschakelen naar andere
frequenties; bijv. in gebieden waar de standaard AIS-frequenties niet
beschikbaar zijn (V.S.) of in opdracht van bijv. een walstation in een
scheepsbegeleidingssysteem.
Een dergelijke omschakeling kan niet allen handmatig gebeuren, maar eventueel
ook op afstand door een walstation.
AIS-berichten
AIS is ontworpen om geheel zelfstandig en permanent te functioneren tussen
schepen onderling. De specificaties voorzien echter ook in een omschakeling naar
een zogenaamde "assigned mode" voor gebruik in gebieden waar een kustwacht en/of
een scheepsbegeleidingssysteem actief is en waarbij de tijdstippen van
uitzending en de tijdsloten op afstand kunnen worden ingesteld door de
walstations.
AIS kan daarnaast ook nog werken in een zogenaamde "polling mode", waarbij
informatie wordt uitgezonden op aanvraag van een ander schip of van een
walstation.
De door AIS uitgezonden informatie kan in verschillende categorieën worden
onderverdeeld:
De statische gegevens worden ingeprogrammeerd bij het plaatsen en na
goedkeuring van de AIS-installatie aan boord van het schip.
De dynamische gegevens worden betrokken van andere apparatuur aan boord van het
schip, zoals bijv. de GPS-ontvanger.
De gegevens m.b.t. de reis kunnen handmatig door de kapitein worden ingevoerd.
Hij dient daarbij een wachtwoordprocedure te doorlopen.
Veiligheidsberichten kunnen te allen tijde zonder meer worden ingevoerd, zowel
aan boord van het schip, maar ook op afstand door een walstation.
De statische informatie en de gegevens met betrekking tot de reis worden elke
6 minuten uitgezonden, of direct nadat ze zijn aangepast of op aanvraag (door
bijv. een walstation).
Veiligheidsberichten worden alleen uitgezonden indien nodig.
De tussenpozen waarmee de dynamische informatie wordt uitgezonden is
afhankelijk van het soort schip en de snelheid en gebeurt volgens het volgende
schema:
|
|
|
Volgens de AIS-specificaties is het ook mogelijk om korte, binaire berichten
mee te sturen, zoals berichten aan zeevarenden, waarschuwingen, informatie over
getijden en stromingen, weersverwachtingen, communicatie over reddingsoperaties,
etc.
Welke schepen dienen AIS aan boord te hebben.
Sinds 31 december 2004 dienen alle zeeschepen vanaf 300 bruto register ton
voorzien te zijn van een goedgekeurde AIS-installatie.
Deze verplichting gold al eerder voor enkele andere categorieën:
Naast deze voorwaarden geldt voor de volgende schepen dat ook zij vanaf 31
december 2004 voorzien dienen te zijn van AIS:
Uit deze opsomming blijkt dat kleinere schepen, zoals bijv. sleepboten,
visserijschepen en de recreatievaart niet verplicht van AIS dienen te zijn
voorzien.
Zij zullen dus ook niet zichtbaar zijn op de AIS-installaties van de grotere
schepen.
Op dit ogenblik zijn er discussies gaande of het wenselijk is een soort
mini-AIS te ontwerpen; eenvoudigere transponders die op dergelijke kleinere
schepen zouden kunnen worden geïnstalleerd.
Te denken valt dan aan gecombineerde zend/ontvanginstallaties met een kleiner
bereik die beperkte informatie verzenden met wat grotere tussenpozen.
In sommige situaties zou misschien zelfs volstaan kunnen worden met uitsluitend
een ontvangstinstallatie, dus zonder uitzenden van de eigen gegevens, waarmee de
informatie van andere schepen ontvangen en zichtbaar gemaakt zou kunnen worden.
In de binnenvaart wordt wordt AIS waarschijnlijk in 2009 verplicht gesteld.
In de praktijk blijken veel recreanten al min of meer die richting op te
gaan.
Zij nemen een ontvanger mee aan boord van hun jacht, sluiten hun laptop daarop
aan en kunnen zien wat er om hen heen gebeurt.